ECLI:NL:CRVB:2005:AU2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering wettelijke rente bij nabetaling en terugvordering WAO-uitkering
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend met een voorlopig dagloon dat later werd verhoogd. Na bezwaar werd het dagloon met terugwerkende kracht verhoogd, wat leidde tot een nabetaling. Tegelijkertijd werd een bedrag teruggevorderd wegens toepassing van artikel 44 WAO Pro, waardoor appellant uiteindelijk netto een te hoog bedrag had ontvangen.
Appellant vorderde wettelijke rente over de nabetaling, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze vergoeding omdat het saldo na verrekening negatief was. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de weigering terecht was, omdat appellant geen schade had geleden door vertraagde betaling.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat wettelijke rente alleen verschuldigd is over het bedrag waarover de uitkeringsgerechtigde niet tijdig kon beschikken, en dat verrekening met terugvorderingen is toegestaan. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het Uwv om wettelijke rente te vergoeden omdat de terugvordering een negatief saldo oplevert.