ECLI:NL:CRVB:2003:AI1181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Premiekosten uitvaartverzekering geen bijzondere bijstandskosten
Appellant had bijzondere bijstand gevraagd voor de premiekosten van een uitvaartverzekering, maar deze werd afgewezen omdat de kosten als algemene noodzakelijke kosten van het bestaan werden gezien en uit de bijstandsnorm voldaan moesten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen bijzondere omstandigheden waren die rechtvaardigden dat de premiekosten buiten de bijstandsnorm vielen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de premiekosten vanwege zijn leeftijd hogere bedragen betroffen en niet volledig door de bijstandsnorm werden gedekt. De Raad oordeelde dat de premiekosten van een uitvaartverzekering niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan van appellant behoren zoals bedoeld in artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet. De kosten van lijkbezorging zijn passiva van de nalatenschap en niet van de overledene zelf.
De Raad stelde vast dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd was en vernietigde het besluit. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. De gemeente Almere werd verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit dat premiekosten van een uitvaartverzekering tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoren wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.