ECLI:NL:CRVB:2003:AI1355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering bijzondere bijstand voor woonkosten op grond van fiatteringsbeleid
Appellante verhuisde in maart 1998 naar een woning met een huurprijs boven de fiatteringsgrens van de gemeente Amsterdam. Haar aanvraag voor huursubsidie werd afgewezen op grond van het gemeentelijk fiatteringsbeleid, dat bepaalt dat woningen boven een bepaalde huurprijs als niet passend worden aangemerkt.
Zij verzocht vervolgens om bijzondere bijstand voor woonkosten, welke werd geweigerd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat artikel 17, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) alleen bijstand toelaat bij zeer dringende redenen of noodsituaties. Hoewel appellante verwees naar een vonnis tot ontruiming en haar financiële situatie, bleek uit de stukken niet dat een daadwerkelijke ontruiming onontkoombaar was ten tijde van het besluit.
Verder is het gemeentelijk fiatteringsbeleid erop gericht passende woonruimte binnen bepaalde huurgrenzen aan te bieden, en het niet verstrekken van huursubsidie voor woningen boven die grens is bedoeld om dit beleid te handhaven. Daarom is bijzondere bijstand voor de hogere woonkosten niet toewijsbaar.
De Raad concludeert dat het College op goede gronden de bijzondere bijstand heeft geweigerd en bevestigt de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens ontbreken van zeer dringende redenen.