ECLI:NL:CRVB:2003:AI1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bruikleenauto onder Wet voorzieningen gehandicapten afgewezen
Appellante heeft een aanvraag gedaan voor een bruikleenauto op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk is afgewezen. Deze afwijzing is gebaseerd op medisch advies van een ZVN-arts en een internist, die concludeerden dat de incontinentieproblematiek en andere lichamelijke klachten van appellante niet zodanig ernstig waren dat aanvullend openbaar vervoer of individueel taxivervoer niet mogelijk zou zijn.
Appellante voerde aan dat zij vanwege haar incontinentie, spierziekte, rug- en longklachten niet in staat was gebruik te maken van deze vervoersvoorzieningen en dat het medisch onderzoek ontoereikend was. Zij stelde dat zij alleen met een bruikleenauto haar sociale contacten kon onderhouden. Het bezwaar en beroep tegen het besluit werden ongegrond verklaard door het College en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische adviezen voldoende waren en dat de incontinentie en lichamelijke beperkingen niet zodanig waren dat het gebruik van aanvullend openbaar vervoer of individueel taxivervoer onmogelijk was. Ook verwees de Raad naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat incontinentie niet altijd een beletsel vormt voor collectief vervoer, mede omdat de afstanden kort zijn en adequate incontinentiematerialen beschikbaar zijn.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat de zorgplicht van het bestuursorgaan was nagekomen en dat de Wvg niet beoogt aan elke individuele wens tegemoet te komen, maar een redelijke deelname aan het maatschappelijk leven binnen het woonmilieu mogelijk moet maken.
Uitkomst: De aanvraag voor een bruikleenauto wordt afgewezen omdat aanvullend openbaar vervoer en individueel taxivervoer adequaat zijn.