ECLI:NL:CRVB:2003:AM2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding magistraal bereide middelen bij niet-toxische tumortherapie
Appellante, bij wie in 1998 borstkanker werd vastgesteld, volgde na haar reguliere behandeling een niet-toxische tumortherapie waarbij zij magistraal bereide middelen gebruikte. De Stichting Centrale Zorgverzekeraars weigerde vanaf 1 juli 2000 vergoeding van deze middelen op grond van het ontbreken van doelmatige zorgverlening, omdat de therapie niet rationeel zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de Houtsmullertherapie niet wetenschappelijk onderbouwd is en de weigering terecht was. In hoger beroep stelde appellante dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was en dat de Stichting onterecht de gehele therapie beoordeelde in plaats van de afzonderlijke middelen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit onbevoegd was genomen omdat de Commissie voor de bezwaarschriften niet bevoegd was tot besluitvorming volgens de Awb. Tevens was de motivering ondeugdelijk omdat de middelen niet individueel waren beoordeeld en relevante wetenschappelijke informatie onvoldoende was betrokken. Het besluit en de uitspraak werden vernietigd en de Stichting werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de wetenschappelijke gegevens die appellante aanvoerde.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van vergoeding wordt vernietigd wegens onbevoegdheid en ondeugdelijke motivering; de Stichting dient een nieuw besluit te nemen.