ECLI:NL:CRVB:2003:AM5406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Overname achterstallig loon en kosten bij faillissement werkgever volgens WW en EU-richtlijn
Appellant was van 8 september 1997 tot 1 januari 1999 in dienst bij een werkgever die op 6 oktober 1999 failliet werd verklaard. Appellant had nog achterstallig loon, waaronder het salaris over november 1998, dat door de werkgever niet volledig was betaald. Het UWV nam de verplichting tot betaling van achterstallig loon over, maar weigerde het salaris over november 1998 en bepaalde buitengerechtelijke incassokosten volledig over te nemen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV en bepaalde dat het salaris over november 1998 en de proceskosten geheel moesten worden overgenomen. Het UWV nam dit besluit deels over maar bleef het salaris over november 1998 weigeren. Appellant stelde dat op grond van EU-richtlijn 80/987/EEG en het arrest Regeling van het Hof van Justitie EG de betaling van de werkgever in de referentieperiode (oktober-december 1998) eerst moet worden toegerekend aan oudere loonvorderingen, waardoor het salaris over november 1998 alsnog voor overname in aanmerking komt.
De Raad oordeelde dat de EU-richtlijn een minimumbescherming biedt die vereist dat loonbetalingen in de referentieperiode bij voorrang worden toegerekend aan oudere onvervulde aanspraken. Hierdoor moet het UWV het salaris over november 1998 alsnog overnemen. Tevens dienen de buitengerechtelijke incassokosten correct te worden vastgesteld op 15% van het salaris over oktober tot en met december 1998 en moet het UWV wettelijke rente vergoeden vanaf 1 februari 2000. De Raad verklaarde appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen eerdere besluiten, maar verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigde dit.
Uitkomst: Het UWV moet het salaris over november 1998, de correcte incassokosten en wettelijke rente alsnog aan appellant betalen.