ECLI:NL:RBALM:2006:AZ3420
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over vakantiegeldvermindering bij WW-uitkering na faillissement werkgever
Eisers werkten bij een bedrijf dat failliet werd verklaard, waarna zij een WW-uitkering ontvingen. Verweerder (UWV) bracht op de uitkering een bedrag in mindering wegens vakantiegeld dat achteraf was uitbetaald, omdat de werkgever zich niet aan de CAO hield. Eisers maakten bezwaar tegen deze vermindering.
De rechtbank overweegt dat de overnemingsregeling van hoofdstuk IV van de WW een laatste redmiddel is voor werknemers om achterstallig loon te ontvangen. Van werknemers mag worden verwacht dat zij de werkgever tijdig aanspreken op niet-nakoming. Echter, eisers waren niet op de hoogte van de afwijkende betaling van vakantiegeld en konden hen dit niet worden tegengeworpen.
Volgens jurisprudentie moeten betalingen van vakantiegeld eerst worden toegerekend aan openstaande aanspraken vóór de overnameperiode. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het vakantiegeld over de periode na de opzegging in mindering heeft gebracht en dat de besluiten vernietigd moeten worden. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van UWV en beveelt nieuwe besluitvorming zonder de onterechte vakantiegeldvermindering.