ECLI:NL:CRVB:2003:AN9447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Herziening en verrekening bijstand na niet gemelde inkomsten met toepassing beslagvrije voet
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW). Uit onderzoek bleek dat appellant 1 in de jaren 1993 tot en met 1996 inkomsten had uit werk voor uitzendbureaus, die niet waren gemeld aan de gemeente Dordrecht. Hierdoor werd het recht op bijstand herzien en werd een bedrag van te veel ontvangen bijstand teruggevorderd.
De gemeente Dordrecht bepaalde dat de terugvordering zou worden verrekend met lopende uitkeringen tegen een standaardpercentage van 10% van de bijstandsnorm per maand. Appellanten voerden aan dat dit bedrag gezien hun persoonlijke omstandigheden te hoog was en dat er aanleiding was om hiervan af te wijken.
De Raad oordeelt dat de gemeente de beslagvrije voet niet correct heeft vastgesteld, met name zonder rekening te houden met de verhogingen zoals voorgeschreven in artikel 475d, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierdoor zijn de besluiten tot invordering in strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en kunnen deze niet in stand blijven.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de invordering betreffen en beveelt dat de gemeente een nieuw besluit neemt waarbij de beslagvrije voet correct wordt toegepast. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot invordering van te veel ontvangen bijstand worden vernietigd wegens onjuiste toepassing van de beslagvrije voet en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.