ECLI:NL:CRVB:2003:AN9469
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken maatregel vijandelijke bezetter
Eiser, geboren in 1925, vroeg erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende bewijs was voor de door hem genoemde calamiteiten en omdat de tewerkstelling bij de Nederlandse arbeidsdienst (N.A.D.) niet als een maatregel van de vijandelijke bezetter werd gezien.
De Raad oordeelde dat de N.A.D., ontstaan uit een sociale dienstplicht, vooral gericht was op sociaal nuttige taken zoals landontginning en wegenaanleg, zonder direct oorlogsbelang voor de bezetter. De verplichte dienstneming van eiser bij de N.A.D. was onvoldoende om te spreken van een maatregel met bezettingsoogmerk zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de aanvraag op goede gronden was gebaseerd en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt afgewezen.