ECLI:NL:CRVB:2003:AO0416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Anti-cumulatie bij uitbreiding zelfstandige werkzaamheden na arbeidsongeschiktheid voor loondienstfunctie
Appellant was sinds 1997 arbeidsongeschikt voor zijn loondienstfunctie als storingsmonteur en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Tegelijkertijd breidde hij zijn zelfstandige werkzaamheden als exploitant van een hondenschool uit van 15 naar 35 uur per week. Het UWV paste op grond van artikel 44 WAO Pro een korting toe op de uitkering, berekend alsof appellant slechts 55 tot 65% arbeidsongeschikt was.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld en dat de korting niet met terugwerkende kracht toegepast mocht worden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep wijzigde het UWV haar standpunt en nam alleen de inkomsten uit de uitbreiding van de zelfstandige werkzaamheden mee bij de korting, wat de Raad juist achtte.
De Raad oordeelde dat de terugwerkende kracht van de korting geoorloofd was en dat het gewijzigde besluit van 18 juli 2002 een juiste toepassing van artikel 44 WAO Pro inhoudt. Het beroep tegen dit gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit betrof en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het bezwaar betreft; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.