ECLI:NL:CRVB:2020:822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde pgb-inkomsten
Appellant, die een WGA-uitkering ontving wegens volledige arbeidsongeschiktheid, had tevens inkomsten uit een persoonsgebonden budget (pgb) als zorgverlener voor zijn dochter. Deze inkomsten had hij niet gemeld aan het UWV, wat leidde tot een herziening van zijn uitkering en terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank stelde vast dat de pgb-inkomsten als belastbaar loon uit andere werkzaamheden moesten worden aangemerkt en dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door deze inkomsten niet te melden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat het appellant duidelijk had moeten zijn dat de inkomsten invloed hadden op zijn uitkering.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel over zijn zorgwerkzaamheden had gesproken en dat hij over 2008 geen pgb-inkomsten had ontvangen. De Raad oordeelde dat hiervoor onvoldoende bewijs was en dat de overboeking in 2008 onvoldoende onderbouwing bood voor het bestaan van pgb-inkomsten dat jaar.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht de uitkering had herzien en teruggevorderd en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De beslissing van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering wegens niet gemelde pgb-inkomsten.