ECLI:NL:CRVB:2003:AO0627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-rechtmatig verblijf op 1 juli 1998
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, had kinderbijslag ontvangen tot het tweede kwartaal van 1998. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, weigerde kinderbijslag voor het derde kwartaal 1998 omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef op 1 juli 1998, zoals vereist volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) na invoering van de Koppelingswet.
Appellant voerde aan dat hij op 1 juli 1998 een herzieningsprocedure had lopen voor zijn verblijfsvergunningaanvraag, maar de Raad oordeelde dat deze procedure niet gelijkgesteld kan worden met het rechtmatig verblijf in afwachting van een beslissing op toelating. De rechtbank had het beroep van appellant eerder ongegrond verklaard en deze uitspraak werd bevestigd.
De Raad benadrukte dat appellant niet viel onder de uitzonderingsgroep die op 1 juli 1998 rechtmatig verbleef en een verzekeringspositie had opgebouwd. Het verzoek om herziening van de verblijfsvergunning had geen invloed op het recht op kinderbijslag. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van kinderbijslag bevestigd.