ECLI:NL:CRVB:2003:AO1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woonkosten wegens voorliggende voorziening huursubsidie
Appellante, een alleenstaande bijstandsgerechtigde met een inwonende geestelijk gehandicapte dochter en kleindochter, verzocht bijzondere bijstand voor haar hoge woonkosten. De gemeente wees dit af omdat het gezamenlijke inkomen van appellante en haar dochter te hoog was voor huursubsidie of woonkostentoeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gemeente niet bevoegd was bijzondere bijstand toe te kennen voor woonkosten.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat volgens artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) geen recht op bijstand bestaat indien een passende en toereikende voorliggende voorziening beschikbaar is. De huursubsidie, inclusief de vangnetregeling huursubsidie, wordt als zodanig beschouwd. Hoewel er een mogelijkheid is voor bijstand bij zeer dringende redenen (noodsituaties), ziet de Raad geen aanwijzingen dat dit hier het geval is.
De Raad benadrukt dat de minister bevoegd is om in bijzondere gevallen het inkomen van medebewoners buiten beschouwing te laten om onbillijkheden te voorkomen, maar die bevoegdheid is niet aangewend. Daarom is bijzondere bijstand voor woonkosten niet toewijsbaar. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor woonkosten wordt afgewezen omdat de huursubsidie als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.