ECLI:NL:CRVB:2003:AO2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaald wachtgeld met overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft de terugvordering van onverschuldigd betaald wachtgeld aan een gewezen ambtenaar over de jaren 1989 tot en met 1991. De gewezen ambtenaar had onjuiste inkomsten opgegeven, waardoor hij te veel wachtgeld ontving. De Minister van Binnenlandse Zaken vorderde dit bedrag terug, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar van de gewezen ambtenaar gegrond wegens het ontbreken van een juiste grondslag voor terugvordering.
In hoger beroep stelde de Minister dat de terugvorderingsgrond wel aanwezig was in het besluit, verwijzend naar artikelen 8 en 9 van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. De Centrale Raad van Beroep volgde dit en oordeelde dat de Minister bevoegd was tot terugvordering, ook al was de procedure rond het bezwaar en de beslissing overschreden de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad stelde vast dat de gewezen ambtenaar het teveel ontvangen wachtgeld gedurende de periode onder zich had gehouden en bedrijfsmatig had aangewend, waardoor hij een aanmerkelijk voordeel genoot. De overschrijding van de redelijke termijn werd gecompenseerd door de vernietiging van het bestreden besluit, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. De Minister werd veroordeeld in de proceskosten van de gewezen ambtenaar.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bezwaar van de gewezen ambtenaar en veroordeelt de Staat in de proceskosten.