ECLI:NL:CRVB:2003:AO4589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de juiste toepassing van de reductiefactor bij WAO-uitkeringsweigering
De zaak betreft een geschil over de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om een WAO-uitkering toe te kennen aan gedaagde, die minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht na afloop van de wettelijke wachttijd. De rechtbank Amsterdam had het besluit van het UWV vernietigd en het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en aanvullende stukken opgevraagd. De Raad heeft de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid overgenomen zoals vastgesteld door de rechtbank, maar oordeelde anders over het arbeidskundige aspect. De Raad vond dat de functies die het UWV had geselecteerd passend waren binnen de belastbaarheid van gedaagde, ondanks enkele asterisken bij functiebelasting.
De Raad concludeerde dat de reductiefactor en de toegepaste schattingsmethode realistisch waren, mede gelet op de omvang en beschikbaarheid van de functies op de arbeidsmarkt. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond, waarmee het besluit tot weigering van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering blijft in stand.