ECLI:NL:RBAMS:2001:AD6644
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om hem geen WAO-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Medisch onderzoek door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsarts bevestigde de belastbaarheid van eiser zonder aanwijzingen voor onderschatting van beperkingen.
De kern van het geschil betrof de arbeidskundige grondslag van het besluit, waarbij verweerder functies had geduid die niet voldeden aan de vereiste minimumaantallen arbeidsplaatsen en uren. Met name de functies printplaatmonteur en coupeuse vertegenwoordigden slechts vijf arbeidsplaatsen met minimaal 37 uur, terwijl het Besluit uurloonschatting 1999 vereist dat functies ten minste zeven arbeidsplaatsen moeten vertegenwoordigen.
Verweerder paste een reductiefactor toe op het mediane loon om rekening te houden met de geringere arbeidsomvang, maar de rechtbank oordeelde dat deze correctie onvoldoende was en een vertekend beeld gaf van de reële verdiencapaciteit van eiser.
De rechtbank concludeerde dat het besluit onvoldoende arbeidskundige grondslag had, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit om geen WAO-uitkering toe te kennen wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag.