ECLI:NL:CRVB:2003:AO5323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige
Appellant, een zelfstandige slager, verzocht om herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde de uitkering te verhogen, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met een medische brief van zijn orthopedisch chirurg en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onjuist was vastgesteld. De Raad overwoog dat de brief te laat was ingediend en dat er geen objectieve medische aanwijzingen waren die een zwaardere beperking rechtvaardigden dan eerder vastgesteld door verzekeringsartsen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de methode van deeltakenanalyse en urenvergelijking, toegepast op de situatie per einde wachttijd, passend was om de resterende verdiencapaciteit te bepalen. De bedrijfsbeëindiging van appellant was bedrijfseconomisch en niet vanwege gezondheid, en zijn werkzaamheden in het nieuwe bedrijf waren vergelijkbaar met die in de oude slagerij. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet wordt herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd blijft.