ECLI:NL:CRVB:2003:AO6448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten bezwaarprocedure bij WW-uitkering
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin werd vastgesteld dat zijn werkgever niet was opgehouden met betalen, waardoor hij geen WW-uitkering kreeg. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde appellant in het gelijk. Vervolgens verzocht appellant om vergoeding van kosten die hij had gemaakt tijdens de bezwaarprocedure, maar het Uwv kende slechts een beperkte vergoeding toe op basis van een beleidsmededeling.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, stellende dat de kosten integraal vergoed moesten worden, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. De Raad overwoog dat vergoeding van kosten in de bezwaarfase slechts aan de orde is indien het bestuursorgaan tegen beter weten in heeft besloten, wat hier niet het geval was.
De Raad oordeelde dat het beleid van het Uwv, neergelegd in de Mededeling M 00.040, redelijk is en dat de toegewezen vergoeding passend is. Het verzoek tot een hogere vergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het beperkte vergoedingsbeleid en wijst het verzoek tot volledige kostenvergoeding af.