ECLI:NL:CRVB:2003:BB8721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over terugvordering onverschuldigd betaalde AAW/WAO-uitkering wegens schending mededelingsverplichting
De zaak betreft de terugvordering door het UWV van onverschuldigd betaalde toelagen aan betrokkene in het kader van de AAW en WAO, vanwege het niet melden van het staken van een opleiding tot mondhygiënist. Betrokkene was vanaf 1991 arbeidsongeschikt en ontving een toelage wegens inkomstenderving.
Het UWV stelde dat betrokkene toerekenbaar naliet de voortijdige beëindiging van zijn opleiding te melden, waardoor onverschuldigde betalingen plaatsvonden. De rechtbank oordeelde dat betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege psychische stoornissen, waardoor het UWV niet bevoegd was de terugvordering over de periode tot 1 augustus 1996 te effectueren. Het UWV en betrokkene gingen in hoger beroep.
De Raad concludeert dat betrokkene wel degelijk toedoen kan worden verweten, maar dat matiging van de terugvordering op zijn plaats is. Voor de periode na 1 augustus 1996 zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigt de eerdere oordelen over de mate van arbeidsongeschiktheid en vernietigt het primaire terugvorderingsbesluit met de opdracht aan het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij matiging mogelijk is.
De Raad benadrukt dat de psychische problematiek van betrokkene niet leidde tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid en dat de financiële en sociale gevolgen voor betrokkene door zijn omgeving zijn beperkt. De overige beroepsbesluiten worden bevestigd, en de proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het primaire terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen met mogelijkheid tot matiging; overige uitspraken worden bevestigd.