ECLI:NL:CRVB:2002:AF3082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Algemene bijstand ondanks termijnoverschrijding en beroep op rechtszekerheid
Appellante ontving sinds 1994 een bijstandsuitkering en is vanaf 11 maart 1998 gaan werken. De gemeente heeft haar bijstandsuitkering over de periode 11 maart tot en met 30 april 1998 herzien en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. Appellante stelde dat de terugvordering in strijd was met het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel vanwege de lange termijn voordat het besluit werd genomen. Tevens voerde zij aan dat de wettelijke termijn van drie maanden voor het nemen van een terugvorderingsbesluit was overschreden.
De Raad overwoog dat de terugvordering terecht was omdat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en het bedrag correct was vastgesteld. De stelling dat de terugvordering in strijd was met rechtszekerheid en zorgvuldigheid faalde omdat het bestuursorgaan verplicht is tot terugvordering, tenzij er dringende redenen zijn. Dergelijke dringende redenen, die incidenteel en uitzonderlijk moeten zijn, waren niet gebleken.
Ten aanzien van de overschrijding van de termijn van drie maanden zoals bedoeld in artikel 66, zesde lid, Abw in verbinding met artikel 3 RAU Pro, oordeelde de Raad dat deze termijn slechts geldt voor het toezicht van de Minister op gemeenten en niet voor de belangen van de betrokkene zelf. Daarom kon appellante hieraan geen rechten ontlenen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstand wordt bevestigd ondanks het beroep op rechtszekerheid en termijnoverschrijding.