ECLI:NL:CRVB:2004:AO2171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit premiedifferentiatie WAO bij uitkering van vóór 2002
Appellant, een werkgever, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor het jaar 2000, waarbij hij als kleine werkgever werd aangemerkt en de maximumpremie werd vastgesteld. Dit besluit was gebaseerd op een WAO-uitkering die aan een werknemer van appellant werd toegekend met ingang van 28 april 1997, na een auto-ongeval waarbij de werknemer arbeidsongeschikt raakte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant voerde aan dat geen rekening werd gehouden met het regresrecht van de uitvoeringsinstantie op de schadeveroorzaker, terwijl hem als niet eigenrisicodrager geen regresrecht toekomt. Tevens wees appellant op een nieuw besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit 2002, waarin een regeling voor premievermindering na ontvangst van schadevergoeding werd opgenomen, maar deze regeling is alleen van toepassing op uitkeringen die ingaan op of na 1 januari 2002.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit terecht was gebaseerd op de oude regeling, die geen premievermindering toestaat voor uitkeringen die vóór 2002 zijn ingegaan. De Raad zag geen reden om het besluit in strijd met Europese regelgeving te achten en verwierp het beroep van appellant. Ook de stelling van ongelijke behandeling werd verworpen omdat omslagleden geen betalingen verrichten die voor verhaal in aanmerking komen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden vonnis en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot vaststelling van de maximumpremie blijft in stand.