ECLI:NL:CRVB:2004:AO3127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over wettelijke rente bij niet tijdig beslissen AAW-uitkering
Appellante heeft op 10 mei 1994 een AAW-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft pas op 31 maart 1995 besloten over de aanvraag, waarbij de ingangsdatum van de uitkering werd vastgesteld op 10 mei 1993. Dit besluit werd later vernietigd vanwege overschrijding van de beslistermijn van 13 weken, waarna het UWV de ingangsdatum wijzigde naar 16 juli 1990. Over de nabetalingen werd rente toegekend vanaf 14 april 1995.
Appellante stelde dat de wettelijke rente vanaf 1 september 1994 verschuldigd was, omdat dit de eerste dag na het verstrijken van de beslistermijn was. Het UWV voerde aan dat het niet onrechtmatig had gehandeld en dat appellante eigen schuld had door geen rechtsmiddelen tegen het uitblijven van het besluit aan te wenden.
De Raad oordeelde dat het niet tijdig beslissen onrechtmatig was en dat de wettelijke rente vanaf 1 september 1994 verschuldigd is. Tevens stelde de Raad dat appellante niet verplicht was om rechtsmiddelen te gebruiken om schade te beperken en dat zij voldoende had gedaan door herhaaldelijk telefonisch om besluitvorming te verzoeken. Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en wettelijke rente wordt toegekend vanaf 1 september 1994; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.