ECLI:NL:CRVB:2004:AO3146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet opgegeven ziektewetuitkering
Appellante ontving vanaf januari 1995 een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet. Uit onderzoek bleek dat zij over een deel van die periode ook een ziektewetuitkering ontving die zij niet aan de gemeente had opgegeven. De gemeente besloot daarom de bijstand terug te vorderen over die periode.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat er dringende redenen waren om niet tot terugvordering over te gaan. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de terugvordering terecht was en dat de persoonlijke omstandigheden van appellante geen dringende reden vormden om van terugvordering af te zien.
De Raad wees erop dat de terugvordering zo wordt vastgesteld dat appellante over de beslagvrije voet blijft beschikken en dat financiële moeilijkheden op zichzelf geen dringende reden vormen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven ziektewetuitkering zonder dringende redenen tot kwijtschelding.