ECLI:NL:CRVB:2004:AO3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Verlaging toeslag bijstand wegens medebewoners niet gerechtvaardigd
Appellante ontving een toeslag van 20% op haar bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. De gemeente Heemskerk verlaagde deze toeslag tot 5%, omdat zij met haar twee zussen samenwoonde, waarmee zij kosten zou kunnen delen. De zussen ontvingen echter geen eigen uitkering en hadden geen middelen om bij te dragen in de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit over de ingangsdatum van de verlaging, maar handhaafde de verlaging zelf. De gemeente nam een nieuw besluit dat de toeslag vanaf 1 augustus 2000 verlaagde tot 5%. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Verordening toeslagen uitgaat van een categoriale benadering waarbij woningdelen leidt tot verlaging, maar dat op grond van artikel 13 Abw Pro in individuele gevallen hiervan kan worden afgeweken. Omdat de zussen geen middelen hadden en niet mochten werken, was er sprake van hogere noodzakelijke kosten die niet gedeeld konden worden.
Daarom had de gemeente de toeslag van 20% moeten handhaven. Het besluit tot verlaging wordt vernietigd en de toeslag wordt vastgesteld op 20%. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De toeslag op de bijstand wordt gehandhaafd op 20% en het besluit tot verlaging naar 5% wordt vernietigd.