ECLI:NL:CRVB:2004:AO3476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor ouderbijdrage uit huis geplaatst gehandicapt kind
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de betaling van een ouderbijdrage van 165 gulden per maand, verschuldigd aan het LBIO vanwege de uithuisplaatsing van hun verstandelijk gehandicapte zoon. Het gezinsinkomen bestond uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waar een schuldaflossing op werd ingehouden. De gemeente Haarlem wees de aanvraag af, stellende dat het gezinsinkomen voldoende was en dat artikel 16 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) bijstandsverlening voor onderhoudsplichten uitsluit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de ouderbijdrage een alimentatieverplichting betreft en dat het kind niet als ten laste komend kind wordt aangemerkt omdat appellanten geen recht hadden op kinderbijslag. Hierdoor vallen de kosten niet onder de noodzakelijke kosten van het bestaan volgens artikel 16 Abw Pro.
De Raad bevestigde het besluit van de gemeente en de uitspraak van de rechtbank. De primaire grondslag van het besluit behoefde geen bespreking meer. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de ouderbijdrage wordt afgewezen omdat deze kosten niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend.