ECLI:NL:CRVB:2004:AO3479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding bij bijstandsuitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 1 mei 2001 tot beëindiging van haar bijstandsuitkering. Dit bezwaar werd door gedaagde op 1 maart 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken. Appellante stelde in hoger beroep dat haar bezwaar wel tijdig was ingediend.
De Raad overwoog dat de termijn voor het indienen van bezwaar begint te lopen op de dag na verzending van het besluit. Hoewel het besluit gedateerd was op 1 mei 2001, was een kopie daarvan pas op 14 augustus 2001 aan appellante verzonden. Hierdoor begon de termijn pas op 15 augustus 2001, en was het bezwaar van 29 augustus 2001 tijdig.
De rechtbank had aangenomen dat het besluit op 1 mei 2001 was verzonden, maar kon dit niet aantonen met verifieerbare gegevens zoals een poststempel. De Raad oordeelde dat de verzending op 1 mei 2001 niet aannemelijk was gemaakt en vernietigde daarom het besluit van 1 maart 2002. Gedaagde werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering is tijdig ingediend en de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.