ECLI:NL:CRVB:2004:AO3582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering passende arbeid en opgelegde maatregel onder BWOO
Appellant, geboren in 1945, vroeg een uitkering aan krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO) na beëindiging van zijn dienstverband als docent basisonderwijs. Gedaagde kende hem een loongerelateerde uitkering toe vanaf september 1997. In 1999 werd appellant dringend geadviseerd te solliciteren naar een functie als acquisiteur bij Politie Publikaties Nederland B.V. (PPN). Hoewel hij op 8 juli 1999 solliciteerde, weigerde hij de aangeboden functie daadwerkelijk te aanvaarden.
Gedaagde legde daarop een tijdelijke vermindering van de uitkering op voor 32 uur per week over de periode van 8 juli tot 8 december 1999 wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. Appellant betwistte dit en stelde dat de functie niet passend was en dat hij onzorgvuldig was behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de functie passend was en appellant zijn verplichting niet was nagekomen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat passende arbeid alle arbeid omvat die aansluit bij de krachten en bekwaamheden van appellant, tenzij aanvaarding om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet kan worden verlangd. Gezien appellants lange werkloosheid, zijn ontheffing eigen wachtgelder, en het feit dat hij als invalkracht geen vaste aanstelling had, was de functie passend. De tijdelijke vermindering van de uitkering was niet onredelijk en binnen de wettelijke kaders opgelegd. Er was geen sprake van misleiding of onzorgvuldige behandeling door gedaagde.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de opgelegde maatregel rechtmatig bleef.
Uitkomst: De tijdelijke vermindering van de werkloosheidsuitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid wordt bevestigd.