ECLI:NL:CRVB:2004:AO3719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid en ziekengeld
Appellante ontving over de periode van 5 december 1994 tot en met 30 april 1996 een bijstandsuitkering. Uit inlichtingen van de Belastingdienst bleek dat zij in de periode van 21 december 1994 tot en met 31 maart 1995 inkomsten uit arbeid en ziekengeld ontving die zij niet aan gedaagde had opgegeven. Gedaagde vorderde daarom de teveel betaalde bijstand terug.
Appellante stelde onder meer dat de bestuursrechter niet bevoegd was, dat de beschikking ongeldig was vanwege het ontbreken van een koninklijke opdruk, dat zij onvoldoende tijd had voor een hoorzitting, dat ziekengeld niet op bijstand mag worden gekort, en dat het terugvorderingsbeleid inconsistent was. Ook werd aangevoerd dat onduidelijk was of netto of bruto werd teruggevorderd.
De Raad overwoog dat appellante de inlichtingenplicht uit de Algemene Bijstandswet niet is nagekomen en dat terugvordering op grond van de wet terecht is. Er waren geen dringende redenen om de terugvordering te staken, en het gelijkheidsbeginsel was niet geschonden. De Raad verwierp de bezwaren over bevoegdheid, termijn en opdruk, en bevestigde dat netto werd teruggevorderd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid en ziekengeld.