ECLI:NL:CRVB:2004:AO4191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellant voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het terugvorderingsbesluit van het College van burgemeester en wethouders van Alkmaar deels in stand hield. Het besluit betrof de terugvordering van bijstand die aan de partner van appellant was toegekend, terwijl sprake was van een gezamenlijke huishouding die niet was opgegeven.
De Raad oordeelde dat het terugvorderingsbesluit onjuist was gebaseerd op artikel 84, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (ABW), terwijl artikel 59a, tweede lid, van de ABW van toepassing had moeten zijn. De Raad bevestigde dat appellant hoofdelijk aansprakelijk kon worden gesteld voor de terugvordering vanaf 1 december 1994, omdat vanaf die datum sprake was van een gezamenlijke huishouding en de partner haar inlichtingenplicht niet was nagekomen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissing over griffierecht en proceskosten, en bepaalde dat het bestuursorgaan een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Alkmaar tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar wordt bevolen.