ECLI:NL:CRVB:2004:AO5924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Onterechte handhaving reiskostenvergoeding na overplaatsing politieambtenaar
Appellant, een senior docent rijopleidingen bij de politie, werd overgeplaatst van Leusden naar Rotterdam, waardoor zijn woon-werkafstand aanzienlijk toenam. Ondanks deze wijziging bleef de tegemoetkoming in reiskosten ongewijzigd, vastgesteld op de maximale vergoeding voor openbaar vervoer. Appellant stelde dat hij hierdoor financieel nadeel leed en stelde beroep in tegen de weigering tot aanpassing van de vergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond, stellende dat de toelichting op de wijziging van artikel 64 Barp Pro alleen zag op directe financiële nadelen zoals salaris en toelagen, niet op extra reiskosten. In hoger beroep stelde appellant ook dat een deel van de extra reistijd als werktijd moest worden beschouwd, maar deze stelling werd verworpen wegens strijd met de procesorde.
De Raad oordeelde dat de toegepaste vergoeding onterecht gebaseerd was op het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie (Bvvp), terwijl volgens artikel 11 van Pro het Besluit vergoeding dienstreizen politie (Bvdp) een andere regeling geldt voor ambtenaren die op grond van artikel 64 Barp Pro zijn overgeplaatst. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College van bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het College van bestuur moet een nieuw besluit nemen over de reiskostenvergoeding.