ECLI:NL:CRVB:2004:AO7393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellanten ontvingen sinds 1993 een bijstandsuitkering, maar uit onderzoek bleek dat zij vanaf 1995 respectievelijk 1997 inkomsten hadden uit kartingactiviteiten en huishoudelijk werk die niet aan de uitkeringsinstantie waren gemeld. Ondanks het ontbreken van een volledige administratie en het contant ontvangen van betalingen, was voldoende vastgesteld dat er sprake was van op geld waardeerbare arbeid en inkomsten.
De gemeente had de bijstandsuitkering ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 1995 en de gemaakte kosten van bijstand teruggevorderd. De rechtbank had het bezwaar tegen deze besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Appellanten stelden hoger beroep in tegen dit laatste onderdeel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn omdat appellanten de inlichtingenplicht schonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Er waren geen dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De Raad bevestigt daarom het bestreden oordeel en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.