ECLI:NL:CRVB:2004:AO7554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Terugvordering voorschotten bijstand en grondslag terugvordering volgens Algemene bijstandswet
Appellante heeft in 1997 een aanvraag ingediend voor bijstand en kreeg voorschotten toegekend over verschillende perioden. De gemeente Utrecht verleende bijstand vanaf 1 juni 1997 en beëindigde het recht op uitkering per 17 oktober 1997. De gemeente vorderde later terugbetaling van te veel betaalde voorschotten op grond van artikel 80 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank oordeelde dat terugvordering tot en met 8 juli 1997 op artikel 80 Abw Pro gebaseerd kon worden, maar dat terugvordering over de periode daarna niet correct was. De Centrale Raad van Beroep komt tot een ander oordeel en stelt dat vanaf 1 juni 1997 verleende bijstand het voorschotkarakter verliest en terugvordering over de periode van 17 oktober 1997 tot en met 18 januari 1998 op grond van artikel 81 Abw Pro moet plaatsvinden.
De Raad vernietigt het besluit van 10 april 2000 voor zover het terugvordering vanaf 1 juni 1997 betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van appellante. De hoogte van het terug te vorderen bedrag wordt niet betwist, maar de grondslag en periode van terugvordering worden aangepast.
De Raad wijst een verzoek om toeslag af omdat daarop niet is beslist. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent terugvordering van bijstandsvoorschotten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vanaf 1 juni 1997 wordt vernietigd.