ECLI:NL:CRVB:2004:AO7746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering onterecht wegens onjuiste inkomensvaststelling
Appellanten ontvingen sinds september 1997 een bijstandsuitkering volgens de norm voor gehuwden. De gemeente Dordrecht trok deze uitkering per 1 mei 1999 in, omdat zij meende dat appellanten beschikten over een inkomen boven de geldende bijstandsnorm. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten in mei 1999 een WW-uitkering van ƒ340,50 en een WAO-uitkering van ƒ194,60 ontvingen, wat samen lager was dan de toen geldende bijstandsnorm van ƒ1.808,23. Hierdoor was het besluit tot intrekking onjuist en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de gemeente Dordrecht een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de juiste inkomensgegevens en de bepalingen van de Algemene bijstandswet. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering is vernietigd en de gemeente Dordrecht moet een nieuw besluit nemen.