ECLI:NL:CRVB:2004:AO8071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens huwelijk volgens Algemene nabestaandenwet
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Na melding dat appellant op 2 maart 2000 in het buitenland was getrouwd, beëindigde de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de uitkering per 31 maart 2000 en kondigde terugvordering en boete aan wegens niet-tijdige melding.
Appellant voerde aan dat het huwelijk pas later in Nederland was erkend en dat zijn echtgenote geen permanente verblijfsvergunning had, waardoor hij niet samenwoonde en het recht op uitkering zou blijven bestaan. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat het huwelijk rechtsgeldig was en dat erkenning in Nederland en inschrijving in de basisadministratie niet vereist zijn voor toepassing van de Anw.
De Raad stelde dat het feit dat appellant geen gezamenlijke huishouding kon voeren geen invloed heeft op het beëindigen van de uitkering. Ook werd geoordeeld dat de begeleidende brief van de SVB geen besluit was en dat het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; beëindiging Anw-uitkering en terugvordering zijn terecht.