ECLI:NL:CRVB:2012:BY5000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens huwelijk in Marokko en schending mededelingsplicht
Appellant ontving een nabestaandenuitkering na het overlijden van zijn eerste echtgenote. Later kwam aan het licht dat hij in 2002 in Marokko een tweede huwelijk was aangegaan, dat op het moment van overlijden van zijn eerste echtgenote nog bestond. De Sociale verzekeringsbank beëindigde daarop de uitkering met terugwerkende kracht vanwege het huwelijk en de schending van de mededelingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het huwelijk sinds de ontbinding van het eerste huwelijk in Nederland rechtsgeldig was en dat appellant daarom geen recht had op de uitkering. In hoger beroep voerde appellant aan dat het huwelijk in strijd was met de Nederlandse openbare orde en nietig was, en dat hij zijn mededelingsplicht niet had geschonden.
De Raad overwoog dat het huwelijk in Marokko rechtsgeldig was en dat erkenning daarvan geen voorwaarde is voor toepassing van de Anw. Ook is het huwelijk geldig volgens Nederlands recht totdat het door de rechter nietig is verklaard, wat niet is gebeurd. De mededelingsplicht was geschonden omdat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat het huwelijk invloed had op zijn uitkeringsrecht.
Daarom bevestigde de Raad de beëindiging van de nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering is terecht met terugwerkende kracht beëindigd wegens het huwelijk in Marokko en schending van de mededelingsplicht.