ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ANW-uitkering wegens niet-melding huwelijk met broer overleden echtgenoot
Appellante ontving een weduwenpensioen en later een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de AWW en ANW. Zij trouwde in 1989 in Marokko met de broer van haar overleden echtgenoot, maar meldde dit huwelijk niet aan de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na onderzoek en een verklaring van een getuige stelde de Svb de uitkering met terugwerkende kracht stop en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat zij het huwelijk wel had gemeld tijdens een gesprek met een medewerker van de Svb, waarbij een getuige aanwezig was. Dit gesprek kon echter niet worden bewezen doordat appellante geen aantekeningen had gemaakt en geen concrete gegevens over de medewerker kon geven. De enkele verklaring van de getuige werd niet als voldoende bewijs gezien.
De Raad oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig was en dat appellante haar mededelingsplicht had geschonden. De Svb was daarom verplicht de uitkering in te trekken. Er was geen grond om af te zien van terugwerkende kracht, ook niet vanwege het vermeende gesprek. De intrekking van de uitkering werd bevestigd en appellante werd niet in het gelijk gesteld.
Uitkomst: De intrekking van de ANW-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd wegens niet-melding van het huwelijk.