ECLI:NL:CRVB:2004:AO8634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Hersteltermijn bij niet-ontvankelijkverklaring bezwaar werkloosheidsuitkering
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) die de terugvordering van onverschuldigde WW-uitkeringen betreffen. Gedaagde had bezwaar gemaakt tegen de besluiten, maar diende de gronden van het bezwaar te laat in, waardoor appellant het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank had het bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard en het besluit vernietigd, met het oog op bijzondere omstandigheden zoals een kantoorverhuizing en de belangen van gedaagde. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant binnen de wettelijke kaders heeft gehandeld door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de hersteltermijn van vier weken niet werd nageleefd en de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn.
De Raad benadrukt dat de bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring een belangenafweging vereist, maar dat in dit geval appellant redelijk heeft gehandeld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de hersteltermijn.