ECLI:NL:CRVB:2004:AO9033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en terugvordering
Appellante ontving sinds 1984 een bijstandsuitkering, die door de gemeente Huizen werd herzien en ingetrokken vanwege het beschikken over een vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens. De sociale recherche onderzocht bank- en girorekeningen op naam van appellante en haar broer en concludeerde dat appellante gedurende de periode 1991-1996 over een aanzienlijk vermogen beschikte, dat niet als schuld kon worden aangemerkt.
De rechtbank vernietigde het besluit van de gemeente wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van de intrekking in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante niet heeft aangetoond dat de tegoeden op haar rekening slechts tijdelijk voor haar broer waren en dat de leningsovereenkomst geen daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling inhoudt.
De Raad stelt vast dat appellante terecht is uitgesloten van bijstand en dat de terugvordering van de onterecht ontvangen uitkeringen rechtmatig is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De intrekking is terecht, maar de wettelijke grondslag is aangepast aan de juiste bepalingen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering zijn bevestigd wegens het beschikken over een vermogen boven de vermogensgrens.