ECLI:NL:CRVB:2004:AO9063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal wegens schending inlichtingenplicht
Appellant diende op 16 april 1999 een aanvraag in voor bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal om enkele schulden af te lossen. Na advies van het IMK Intermediair te Eindhoven werd de aanvraag op 13 december 1999 door het College van burgemeester en wethouders van Nieuwegein afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 31 mei 2000 ongegrond verklaard en de rechtbank Utrecht bevestigde deze beslissing op 9 november 2001.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn schuldenpositie, wat noodzakelijk was voor het beoordelen van de aanvraag. Hoewel appellant in bezwaar stelde dat sommige schulden betwist werden en dat een huurschuld was voldaan, ontbraken objectieve en verifieerbare gegevens ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat de door appellant ingebrachte feiten en omstandigheden die niet gerelateerd waren aan de periode van de aanvraag buiten beschouwing moesten blijven.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College. Er waren geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De afwijzing van de aanvraag wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende inzicht in de financiële situatie werd gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de schuldenpositie en schending van de inlichtingenplicht.