ECLI:NL:CRVB:2004:AO9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kantonrechtersvergoeding bij korting wachtgeld na privatiseringsontslag
Appellante kreeg eervol ontslag per 1 januari 1994 vanwege privatisering van het Gemeentelijk Woningbedrijf. Haar arbeidsovereenkomst werd ontbonden met een kantonrechtersvergoeding van 60.000 gulden. Haar verzoek om wachtgeld werd aanvankelijk afgewezen, maar na eerdere uitspraak werd vastgesteld dat de regeling voor rijksambtenaren van overeenkomstige toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat de kantonrechtersvergoeding als inkomen moet worden betrokken bij de korting op het wachtgeld. Appellante stelde in hoger beroep dat deze vergoeding niet als inkomen mocht worden aangemerkt vanwege de bestemming ervan en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De Raad overwoog dat bij toepassing van artikel 4 van Pro de WUP het privatiseringsontslag maatgevend is voor de vraag of inkomsten als nieuw verworven inkomsten gelden. De kantonrechtersvergoeding werd gezien als inkomen uit of in verband met arbeid, passend binnen artikel 10:15 van Pro de CAR/UWO. Er was geen aanwijzing dat de vergoeding bestemd was voor onkosten of immateriële schade. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechtersvergoeding wordt als inkomen betrokken bij de wachtgeldkorting; het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.