ECLI:NL:CRVB:2004:AP0299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en uitspraak inzake bijstandsverlening zelfstandige wegens onvoldoende toetsing
Appellant ontving sinds 1998 algemene bijstand en was ingeschreven als zelfstandige bij de Kamer van Koophandel. Gedaagde verleende toestemming om het bedrijf naast de uitkering voort te zetten tot 1 februari 2001, waarna de bijstand zou worden stopgezet indien appellant niet bijstandsonafhankelijk was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit tot beëindiging van de bijstand ongegrond, stellende dat appellant zijn bedrijf niet levensvatbaar had gemaakt en zich moest uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestuursorgaan onvoldoende heeft onderzocht of appellant daadwerkelijk als zelfstandige in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) kan worden aangemerkt, met name of hij voldeed aan het urencriterium. Enkel inschrijving bij de Kamer van Koophandel is onvoldoende bewijs van zelfstandigheid.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak, behoudens het deel waarin bijstand wordt voortgezet en appellant verplicht wordt mee te werken aan een medisch onderzoek. Tevens wordt appellant vrijgesteld van arbeidsverplichtingen zolang het onderzoek loopt.
De Raad legt geen proceskosten op aan gedaagde en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed aan appellant.
Uitkomst: Het besluit en de uitspraak worden vernietigd wegens onvoldoende toetsing van de zelfstandigheid, met voortzetting van bijstand en medische verplichtingen.