ECLI:NL:CRVB:2004:AP0420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt herziening WAO-uitkering wegens onjuiste uurloonvergelijking
Appellante, een fysiotherapeute met een arbeidshistorie vanaf 1985, kreeg vanaf 1986 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toegekend. Deze uitkeringen zijn meerdere malen herzien, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op basis van haar verdiensten en arbeidsmogelijkheden.
De kern van het geschil betreft de wijze van berekening van het maatmaninkomen en de toepassing van de maandloonvergelijking versus de voorgeschreven uurloonvergelijking volgens het Schattingsbesluit WAO. Appellante betoogde dat de gebruikte maandloonvergelijking onjuist was en dat de uurloonvergelijking toegepast had moeten worden, zoals voorgeschreven in het Schattingsbesluit.
De Raad oordeelde dat de maandloonvergelijking toegepast bij de herziening per 1 december 1996 rechtens juist was, maar dat de herziening per 1 januari 1998, die gebaseerd was op maandloonvergelijking, in strijd was met de wettelijke uurloonvergelijkingssystematiek en daarom niet stand kon houden. Tevens werd geoordeeld dat de terugwerkende kracht van de herziening per 1 december 1996 aanvaardbaar was, terwijl de terugvordering en korting bij de herziening per 1 januari 1998 niet rechtens houdbaar waren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de besluiten per 1 januari 1998 betrof, bevestigde het besluit per 1 december 1996, en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor de herziening per 1 januari 1998 en bevestigd voor de herziening per 1 december 1996.