ECLI:NL:CRVB:2007:BA1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over toerekening winst en toepassing artikel 44 WAO
Betrokkene ontving sinds 1983 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2003 besloot appellant de uitkering te herzien en deels in te trekken wegens vermoedelijke onterechte uitkering, gebaseerd op het standpunt dat betrokkene de volledige winst van het bedrijf van zijn echtgenote toerekende. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat bij herziening een verdeelsleutel moest worden toegepast om het aandeel van betrokkene in de winst te bepalen, rekening houdend met de arbeid van betrokkene en zijn echtgenote.
In hoger beroep stelde appellant voor om de arbeid van de echtgenote forfaitair te waarderen op 25% van het minimumloon, maar de Raad verwierp deze methode en bevestigde dat de winsttoerekening moet geschieden volgens de door de rechtbank voorgestelde verdeelsleutel. De Raad achtte het aannemelijk dat betrokkene meer dan vijf uur per week werkte en verwierp de stelling dat de winst gecorrigeerd moest worden voor verhuur en andere activiteiten.
De Raad bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 1998 moet worden berekend op basis van een uurloonvergelijking. Daarnaast veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep en legde griffierecht op aan appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.