ECLI:NL:CRVB:2004:AP0899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens verzwegen inkomsten partner
Appellant ontving vanaf 7 februari 1996 een bijstandsuitkering volgens de gehuwdennorm, die later werd herzien naar de alleenstaandennorm. Uit informatie van de belastingdienst bleek dat de ex-echtgenoot van appellant in de periode van 1 februari 1996 tot 30 juni 1997 inkomsten had uit arbeid, welke niet aan de gemeente waren gemeld.
Op grond hiervan werd de bijstandsuitkering herzien en de teveel ontvangen bijstand teruggevorderd. De rechtbank had echter geoordeeld dat er dringende redenen waren om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering, mede vanwege problematische verhoudingen binnen het gezin en het onvermogen van appellant om het bedrag op haar ex-echtgenoot te verhalen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wetgever niet heeft voorzien in het afzien van terugvordering op grond van gezinsverhoudingen en benadrukt dat beide partners hoofdelijk aansprakelijk zijn voor terugbetaling. Dringende redenen kunnen slechts incidenteel en bij bijzondere omstandigheden worden aangenomen, wat hier niet het geval is.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het besluit tot beperking van de terugvordering. Tevens ziet de Raad geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van teveel betaalde bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beperking van terugvordering vernietigd.