ECLI:NL:CRVB:2004:AP4464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen afwijzing uitkering
Appellante diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Stichting Maror-gelden Overheid, welke door het bestuur werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Appellante stelde hoger beroep in, maar dit werd door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat de beroepstermijn van zes weken ook voor appellante, die in het buitenland verblijft, geldt. Het beroepschrift was te laat ingediend en appellante kon geen verschoonbare omstandigheden aantonen, ondanks vertraging door postverkeer en onbekendheid met de procedure. Hoewel het bestuur naliet te vermelden binnen welke termijn beroep kon worden ingesteld, maakt dit de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Hiermee werd bevestigd dat de wettelijke termijnen strikt worden toegepast, ook bij verblijf in het buitenland.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.