ECLI:NL:CRVB:2004:AP4569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en prostitutiewerk woning
Appellant ontving tussen november 1995 en maart 1996 bijstand in de vorm van een lening op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) en het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (BZ). Naar aanleiding van vermoedens dat appellant zijn woning gebruikte voor prostitutiewerk, voerde de gemeente Amsterdam een onderzoek uit. Hieruit bleek dat appellant zijn woning ter beschikking stelde voor prostitutiewerkzaamheden en inkomsten daaruit behaalde, zonder deze inkomsten te melden.
De gemeente trok het recht op bijstand over de genoemde periode in en vorderde de bijstandskosten terug. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het recht op bijstand terecht was ingetrokken. Voor de periode waarin bijstand werd verstrekt als lening, was terugvordering op grond van artikel 83 ABW Pro gerechtvaardigd, omdat appellant niet aan zijn terugbetalingsverplichtingen had voldaan. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en liet de terugvordering en intrekking van bijstand in stand.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand en intrekking van het recht op bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en het gebruik van de woning voor prostitutiewerk.