ECLI:NL:CRVB:2004:AP4706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.M. van Male
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellante ontving vanaf 1983 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, die in 1996 werd omgezet in een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een onderzoek door de Sociale Recherche werd vastgesteld dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen zij hadden verzwegen. Hierdoor was appellante niet gerechtigd tot bijstand over de periode van 1 april 1995 tot en met 31 januari 2000.
De Raad oordeelde dat appellante in strijd met haar inlichtingenplicht handelde door de gewijzigde woon- en leefsituatie niet te melden. De verklaringen van appellanten en getuigen, alsmede het lage energieverbruik op het adres waar appellante stond ingeschreven, ondersteunden het oordeel dat sprake was van gezamenlijke huishouding. Appellant beschikte bovendien over voldoende inkomen om in de kosten van de huishouding te voorzien.
De intrekking van de bijstand en de terugvordering van het ten onrechte ontvangen bedrag van f 118.259,97 werden daarom bevestigd. Ook de terugvordering van dit bedrag van appellant werd als terecht beoordeeld. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De Raad wees het beroep van appellanten af en bevestigde het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd; het beroep wordt ongegrond verklaard.