ECLI:NL:CRVB:2004:AP4742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten extramurale tandheelkundige zorg binnen EU en toestemmingseis ziekenfonds
Appellante onderging tijdens een vakantie in Duitsland een gebitsrehabilitatie bestaande uit zes kronen en een frameprothese met bijkomende behandelingen. Zij verzocht haar zorgverzekeraar om vergoeding van de kosten, maar deze weigerde op grond van het ontbreken van voorafgaande toestemming en het natura-karakter van de Nederlandse ziekenfondsverzekering.
De rechtbank Rotterdam stelde de weigering in stand, onder meer omdat geen sprake was van spoedeisende zorg zoals bedoeld in artikel 22 van Pro EEG-Verordening 1408/71. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep zich de vraag of de toestemmingseis van artikel 9, vierde lid, Zfw in strijd was met het vrij verkeer van diensten volgens de artikelen 49 en 50 EG-Verdrag.
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen oordeelde dat het toestemmingsvereiste niet kan worden toegepast op extramurale zorg zonder voorafgaande toestemming, tenzij tijdig een gelijkwaardige behandeling in Nederland kan worden verkregen. De Raad concludeerde dat de tandheelkundige behandelingen extramurale zorg zijn en dat het toestemmingsvereiste niet mag worden tegengeworpen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat de zorgverzekeraar de volledige kosten van de extramurale behandeling moet vergoeden, tenzij er objectieve, niet-discriminerende en vooraf kenbare criteria zijn. Omdat de Raad de hoogte van de kosten niet kon vaststellen, moet de zorgverzekeraar een nieuw besluit nemen. Tevens werd de zorgverzekeraar veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de zorgverzekeraar moet een nieuw besluit nemen waarbij de extramurale tandheelkundige behandeling in Duitsland wordt vergoed.