ECLI:NL:CRVB:2004:AP8470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake uitleg artikel 9 Abw bij partner in detentie
Verzoekster ontvangt sinds 22 april 2001 een bijstandsuitkering volgens de norm voor een echtpaar. Na de arrestatie en detentie van haar partner van 14 augustus 2003 tot 29 oktober 2003 heeft de gemeente de uitkering aangepast naar de norm voor een alleenstaande ouder over die periode. Het bezwaar tegen deze wijziging is door de gemeente afgewezen, maar de voorzieningenrechter van de rechtbank heeft het bezwaar gegrond verklaard voor de datum 28 oktober 2003, omdat de periode van 14 tot 19 augustus 2003 niet onder de uitsluitingsgrond van artikel 9 Abw Pro valt.
Verzoekster heeft vervolgens hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 Awb Pro voor een voorlopige voorziening om spoedige duidelijkheid te verkrijgen over de uitleg van artikel 9 Abw Pro, omdat gemeenten kortingen toepassen vanaf de dag van aanhouding. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat er onvoldoende spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat het geschil betrekking heeft op een in het verleden liggende periode van vier dagen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de mogelijkheid tot voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.