ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven bij geregistreerd partnerschap in AOW-pensioen
De zaak betreft een geschil over de vraag of twee geregistreerde partners duurzaam gescheiden leven in de zin van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Gedaagden wonen op verschillende adressen, maar onderhouden een langdurige relatie van ruim 24 jaar met frequente bezoeken, gezamenlijke vakanties en sociale contacten. De Sociale Verzekeringsbank had hun AOW-pensioen herzien naar gehuwdenpensioen na het aangaan van het geregistreerd partnerschap.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat gedaagden duurzaam gescheiden leven en vernietigde de herzieningsbesluiten. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat uit de feiten en omstandigheden niet ondubbelzinnig blijkt dat gedaagden ieder hun eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd en dat deze toestand bestendig is bedoeld.
De Raad benadrukt dat het vervallen van de samenwoningplicht in het Burgerlijk Wetboek sinds 1998 het belang van het feitelijk samenwonen heeft verminderd. De intentie tot samenwoning, de gezamenlijke sociale activiteiten en de toekomstige plannen om samen te wonen bij hulpbehoevendheid spreken tegen duurzaam gescheiden leven.
Daarom bevestigt de Raad dat appellant, de Sociale Verzekeringsbank, terecht het AOW-pensioen van gedaagden heeft herzien naar gehuwdenpensioen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen van gedaagden worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagden niet duurzaam gescheiden leven en bevestigt de herziening van hun AOW-pensioen naar gehuwdenpensioen.